Open

Ergens maart 2007. Ik kom aan bij een kantoor van een woningbouwvereniging in Nieuwegein, voor een korte klus. Mijn vroegere collega Bert haalt me op bij de receptie en wijst me naar de computerruimte.
Computerruimtes zijn koude, lawaaiige hokken. Of in ieder geval lawaaiig. In het kantoor ernaast staan twee ongebruikte bureaus dus daar strijken we neer voor het meeste werk.
Het is het kantoor van de facility manager, Denise. Ze is verantwoordelijk voor alles wat niet met de woningen zelf te maken heeft. Dat is nogal wat, van sleutelkastjes op kantoor tot het gereedschap en de ladders van het onderhoudspersoneel.
We hebben het druk met onze werkzaamheden, en ik doe mijn best de klus zo goed mogelijk te klaren. het gaat om twee tot drie dagdelen per week, voor een periode van een maand of wat.
Denise is er niet elke dag, maar de vierde dag dat ze er is stoot Bert me aan op het moment dat ze net naar een overleg is vertrokken.
“Dat is toch gewoon een vent?” vraagt hij, naar bevestiging zoekend.
Ik weet me met die vraag geen raad. Ik heb al lang gezien dat Denise een transvrouw is, ongeveer van mijn leeftijd, en heb vanuit mijn ooghoeken heel goed geobserveerd wie ze is, hoe ze doet. Ik ben natuurlijk een beetje jaloers dat zij wèl zichzelf kan zijn en ik niet, maar nog veel meer is er een enorme bewondering gegroeid voor haar. Ik ben, heel erg ten onrechte, bang me te verraden dus ik durf Bert niet hard tegen te spreken. Mijn antwoord houdt ergens het midden tussen “Mwa” en “Huh?”, en daarmee is het klaar.
In de dagen die volgen werkt Bert op een andere locatie, en is Denise vaker op kantoor. Wat me heel erg opvalt is de openheid waarmee ze over zichzelf vertelt als er collega’s langs komen voor een praatje. Ze vertelt over haar grote hobby, maar ook over bijvoorbeeld hormonen. Ik luister met zoveel aandacht dat ik nog steeds twijfel of ik mijn werk wel naar behoren heb gedaan. Want naast bewondering groeit ook de pijn, elke keer dat ik daar ben. Ik ben er van overtuigd dat ik nooit zo zal worden zoals zij. Ik ben met mijn aandacht steeds minder bij het werk.
Thuis vertel ik niets over wat ik op mijn werk meemaak. Natuurlijk niet, want dat maakt, denk ik, de boel alleen nog maar erger. Als het werk klaar is kan ik weer veilig wegkruipen en hoef ik even niet meer over mezelf na te denken.
Acht jaar later denk ik nog regelmatig terug aan die dagen. Ik ben gelukkig wel geworden zoals zij. Wat ik geleerd heb, is dat de bewondering die ik destijds voelde voor haar openheid, universeel is, en dat ik niet anders kan dan zelf minstens net zo open te zijn. Voor mezelf, maar misschien wel voor ons allemaal.
(Namen en plaatsen zijn veranderd, maar ik heb al gezien dat ik mensen ken die Denise kennen. Mocht je dit lezen en haar nog een keer spreken, zou je haar dan heel erg willen bedanken namens mij?)

Berichtnavigatie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.