Ik was net even van slag geloof ik.
11 september was en blijft voor mij toch altijd allereerst de verjaardag van mijn vader. Zoals jullie weten is hij vorig jaar overleden. Prostaatkanker. (Mannen en anderen met een prostaat: Let op je PSA-waarden als je wat ouder wordt!)
Ik raakte van mijn stuk toen mijn telefoon besloot een overzicht van foto’s van hem te geven. Was ik op zich blij mee. Mijn vader was een fijn mens, respectvol naar iedereen, vastbesloten ook een betere vader te zijn dan zijn eigen vader.
Foto’s van hem, mijn moeder en de kinderen. Uit de fijne, maar ook moeilijke tijden die we hebben meegemaakt. Foto’s van het moment dat ze de kleinkinderen voor het eerst na lange tijd weer zagen, hier thuis. En een foto uit 1998, toen ik met mijn inmiddels ex trouwde, waar mijn ouders naast elkaar zitten en naar de trouwambtenaar luisteren. Dát was de foto waarvan ik even van slag raakte. En dan niet omdat het me herinnert aan een huwelijk dat me niet alleen veel hoofdbrekens en zorgen maar vooral ook hele fijne kinderen gebracht heeft.
Nee, het is iets heel fundamenteels. Mijn ouders zijn op die foto’s pakweg net zo oud, zelfs een jaar jonger, als mijn jongere zus en ik nu zijn. En dat confronteert me met mijn eigen sterfelijkheid. Dat over, laat ik optimistisch zijn, 35 jaar als ik er een jaartje of wat van tussen ben, mijn kinderen ook op de een of andere manier herinneringen gepresenteerd krijgen aan een verder gewone dag als vandaag, en dan misschien wel hetzelfde denken.
De tijd loopt onverbiddelijk door. De geschiedenis herhaalt zich, en soms is dat patroon zo duidelijk dat je af en toe denkt dat het misschien allemaal niet echt is. Een droom in een droom.
Dream within a Dream – Edgar Allan Poe
Take this kiss upon the brow!
And, in parting from you now,
Thus much let me avow —
You are not wrong, who deem
That my days have been a dream;
Yet if hope has flown away
In a night, or in a day,
In a vision, or in none,
Is it therefore the less gone?
All that we see or seem
Is but a dream within a dream.
I stand amid the roar
Of a surf-tormented shore,
And I hold within my hand
Grains of the golden sand —
How few! yet how they creep
Through my fingers to the deep,
While I weep — while I weep!
O God! Can I not grasp
Them with a tighter clasp?
O God! can I not save
One from the pitiless wave?
Is all that we see or seem
But a dream within a dream?

No responses yet