Anders

“Wat willen jullie drinken?”
“Doe mij maar een spa rood, en een cola light voor Eva.”

Het was een lange dag, donderdag, en eigenlijk ben ik moe genoeg om naar bed te gaan in plaats van een avondje vijfde wiel aan de wagen in de kroeg te zijn. Aan de andere kant heb ik er wel plezier in. Ik heb altijd best veel vrijwilligerswerk gedaan, en de inloopavond van het COC in Breda is geen uitzondering.

De inloopavonden lopen net een maand en zijn nog erg rustig. Toch is het belangrijk dat we dit doen en nog even volhouden. Je zult maar ontdekken dat je anders bent dan mensen van je verwachten, en of dat nu over je seksualiteit gaat of je identiteit maakt weinig uit voor je omgeving. Hoewel, ik heb wel eens van iemand het verhaal gehoord dat ze, toen ze vertelde dat ze transgender was, verschrikt aangekeken werd en te horen kreeg “oh wat erg voor je, was je maar homo geweest, dan was het een stuk makkelijker voor je geweest!”

Die afkeer voor het ‘anders zijn’ wordt er al vroeg ingeramd, en nog onbewust ook. Ik ben er van overtuigd dat het niet aangeboren is. Vanochtend gebeurde er nog zoiets dat me nog maar eens met de neus op de feiten drukte.

“Goedemorgen!”

“Goedemorgen.”

Ik loop de wachtkamer van de huisarts in en ga ergens zitten.

“Goedemorgen! Kom Milan, we gaan hier zitten.” Een vrouw kruipt in een stoel in de hoek van de wachtkamer, en Milan, zonder twijfel haar driejarige zoontje, gaat op een stoeltje aan de speeltafel zitten en duikt in de mand met speelgoed die daar staat.

“Ik gja een kjokodil mjaken!” zegt hij triomfamtelijk tegen zijn moeder, en pakt een paar pluchen puzzelblokken uit de mand. Halverwege bedenkt hij zich, pakt nog een paar blokken en legt een enorme giraffe neer.

“Maar je ging toch een krokodil maken?” Zijn moeder lijkt niet te begrijpen dat als je 3 jaar oud bent je nog wel eens van gedachten verandert. Of, erger, dat dingen wel eens anders uitpakken dan je denkt.

Milan kruipt terug in de speelgoedmand, doet de puzzelblokken er in, en haalt er een vierkant, geel bouwblokje uit. Geen systeem dat ik herkende behalve dan iets van 40 jaar terug.

“Ik gja iets bouwen!” roept hij nu.

“Dan moet je de andere blokken ook vinden heej”, zegt ze. Milan verdwijnt weer in de mand en haalt er een paar blokken Duplo uit, zet deze in elkaar en doet dan het gele blokje er bovenop.

“Dat hoort niet, die is anders. Dat kan toch niet?”

“Ja hooj, dat kan wel! Het kan echt!” Milan kijkt zijn moeder boos aan, en zet het blokje recht. “Zie je wel!”. Moeder zucht.

Dan gaat de deur open. “Mevrouw Laurijssens?” Ik sta op en laat het tafereeltje achter me.

Het is maar een klein voorbeeld, maar zo ongemerkt worden we allemaal opgevoed om in orde en gelijke rijtjes te denken, en afwijkingen weg te stoppen. Doodzonde, en het erge is, niemand doet het expres.

En misschien, denk ik zomaar, worden we door niemand anders dan onszelf bang gemaakt. We hebben zo geleerd dat ‘anders’ op zijn minst ‘niet helemaal goed’ betekent, dat we denken dat we dan meteen helemaal afgekeurd worden door iedereen die níet anders is. Dat dat niet waar is, dat weet je eigenlijk best.

En anders ik wel.

 

https://www.facebook.com/emmaiamme/posts/707153439418797

 

Post navigation

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.